NEDERLANDS
🇩🇪

    Voorbijpraat

    uncommonZipf 2.2

    werkwoord

    • voorbijpraten

      Verb/vor'bɛɪpratən; vor'bɛɪpratə/

      infinitief

      voorbijpraten

      tegenwoordige tijd

      praat voorbijvoorbijpraatpraten voorbijvoorbijpraten

      verleden tijd

      praatte voorbijvoorbijpraattepraatten voorbijvoorbijpraatten

      tegenwoordig deelwoord

      voorbijpratendvoorbijpratende

    Erstelle ein kostenloses Konto, um den vollständigen Eintrag für dieses Wort zu generieren.

    Kostenlos. Kein Passwort.

    Weiterlernen