Voort
voort
Adverbverder; door (doorgaan)
doorgaan
Gebruikt om te zeggen dat iets blijft gebeuren of niet stopt.
Het overleg gaat morgen gewoon voort.
beweging/naar voren
Gebruikt als iemand of iets zich voortbeweegt of verder gaat lopen/rijden.
Hij liep voort zonder om zich heen te kijken.
voortgaanvoortzettenvoortdurenvoortkomenvoortbouwen