Wagentjes
dewagen
Substantivvoertuig trekken
- voertuig met wielen dat wordt gebruikt om goederen of mensen te vervoeren, vaak getrokken door paarden of een motorHet voertuig staat geparkeerd voor de deur.
- auto, met name in informele of regionale taalDe auto staat voor de deur.
- deel van een trein of tram, ook wel rijtuig genoemdHet rijtuig is vol met passagiers.
- klein voertuigje op wielen, zoals een boodschappenwagen of speelgoedwagenIk gebruik een karretje om de boodschappen te doen.
wagen
Verbdurven iets doen
- durven of bereid zijn iets te doen, ondanks mogelijke risico's of gevarenIk durf naar de tandarts te gaan.
- op het spel zetten, riskeren te verliezenIk riskeer mijn baan als ik te laat kom.
- een kans of mogelijkheid benutten om iets te proberenIk probeer een nieuwe taart te bakken.
dewaag
Substantivgebouw gokken
- gebouw of ruimte waar vroeger goederen gewogen werden, vaak bij een markt of havenDe weegplaats staat nog steeds in het centrum van de stad.
- gebouw dat vroeger gebruikt werd als stadhuis, gildehuis of rechtbank, vaak met een historische functieHet gildehuis in Amsterdam is prachtig gerestaureerd.
- (in sommige dialecten) weegschaal, toestel om gewicht te metenMijn oma heeft nog een oude weegschaal in de keuken.