Weekeind
uncommonZipf 2.4
zelfstandig naamwoord, enkelvoud; werkwoord
het weekeind
Substantiv/'wekɛɪnt/enkelvoud
weekeindweekeindjemeervoud
weekeindenweekeindjesweekeinden
Verb/'wekɛɪndən; 'wekɛɪndə/infinitief
weekeindentegenwoordige tijd
weekeindweekeindtweekeindenverleden tijd
weekeinddeweekeinddentegenwoordig deelwoord
weekeindendweekeindende
Erstelle ein kostenloses Konto, um den vollständigen Eintrag für dieses Wort zu generieren.
Kostenlos. Kein Passwort.