Zigzag
uncommonZipf 2.4
bijwoord; zelfstandig naamwoord, enkelvoud; werkwoord
zigzag
Adverb/'zɪxsɑx/~
zigzagde zigzag
Substantiv/'zɪxsɑx/enkelvoud
zigzagmeervoud
zigzagszigzaggen
Verb/'zɪxsɑɣən; 'zɪxsɑɣə/infinitief
zigzaggentegenwoordige tijd
zigzagzigzagtzigzaggenverleden tijd
zigzagdezigzagdentegenwoordig deelwoord
zigzaggendzigzaggende
Erstelle ein kostenloses Konto, um den vollständigen Eintrag für dieses Wort zu generieren.
Kostenlos. Kein Passwort.