NEDERLANDS
🇩🇪

    Zwabbert

    uncommonZipf 2.2

    met een zwabber schoonmaken; zwalken

    • zwabberen

      Verb/'zwɑbərən; 'zwɑbərə/

      met een zwabber schoonmaken

      infinitief

      zwabberen

      tegenwoordige tijd

      zwabberzwabbertzwabberen

      verleden tijd

      zwabberdezwabberden

      tegenwoordig deelwoord

      zwabberendzwabberende
    • zwabberen

      Verb/'zwɑbərən; 'zwɑbərə/

      zwalken

      infinitief

      zwabberen

      tegenwoordige tijd

      zwabberzwabbertzwabberen

      verleden tijd

      zwabberdezwabberden

      tegenwoordig deelwoord

      zwabberendzwabberende

    Erstelle ein kostenloses Konto, um den vollständigen Eintrag für dieses Wort zu generieren.

    Kostenlos. Kein Passwort.

    Weiterlernen