NEDERLANDS
🇩🇪

    Zwengel

    uncommonZipf 2.2

    zelfstandig naamwoord, enkelvoud; werkwoord

    • de zwengel

      Substantiv/'zwɛŋəl/

      enkelvoud

      zwengelzwengeltje

      meervoud

      zwengelszwengeltjes
    • zwengelen

      Verb/'zwɛŋələn; 'zwɛŋələ/

      infinitief

      zwengelen

      tegenwoordige tijd

      zwengelzwengeltzwengelen

      verleden tijd

      zwengeldezwengelden

      tegenwoordig deelwoord

      zwengelendzwengelende

    Erstelle ein kostenloses Konto, um den vollständigen Eintrag für dieses Wort zu generieren.

    Kostenlos. Kein Passwort.

    Weiterlernen