Aalmoes
deCommon Nouneen geldbedrag of voedsel dat aan armen of behoeftigen wordt gegeven
(iedereen kan een aalmoes geven aan de armen)
Hij gaf een aalmoes aan de dakloze op de hoek van de straat.
De kerk verzamelt aalmoezen voor de armen in de buurt.
- Simple
De filantroop doneerde een grote aalmoes aan de lokale voedselbank.
- Past Tense
Ze gaf vorige week een aalmoes aan een arme vrouw in de stad.
- Interrogative
Geef je een aalmoes aan de mensen die hulp nodig hebben?
- Complex
De vrouw gaf een aalmoes omdat zij medelijden had met de kinderen op straat.
- Declarative
Hij zegt dat een kleine aalmoes altijd welkom is.
- Declarative
Het is belangrijk om een aalmoes te geven aan degenen die het moeilijk hebben.
- Compound
Hij gaf een aalmoes aan de zwerver, maar hij wist niet of het genoeg was.
- Present Tense
Ik geef regelmatig een aalmoes aan mensen in nood.
- Imperative
Je moet een aalmoes geven aan die arme man als je hem ziet.
- Interrogative
Wanneer geef jij meestal een aalmoes aan bedelaars?
- Future Tense
Langzaam maar zeker wil ik elke week een aalmoes geven aan de mensen in mijn omgeving.
- Context & Scenario
Tijdens de kerst geven veel mensen een aalmoes aan de daklozen in de stad.
- Idiomatic
Een aalmoes is als een druppel in de oceaan, maar elke druppel telt.
- Complex
Hoewel zij niet veel geld had, besloot zij een aalmoes te geven aan de behoeftigen die om hulp vroegen.
- Future Tense
Morgen zal hij een aalmoes geven tijdens de collecte.
- Declarative
Een aalmoes kan een groot verschil maken in het leven van iemand in nood.
- Past Tense
Ik zag hem gisteren een aalmoes geven aan een vrouw in de trein.
- Interrogative
Wil je ook een aalmoes geven aan die mensen op het plein?
- Context & Scenario
Ik geef een aalmoes aan straatkinderen omdat ik hun situatie erg triest vind.
een kleine gift of donatie
(een aalmoes kan ook in andere vormen komen)
Soms is een aalmoes niet altijd in geld, maar ook in voedsel of kleding.
Zij doneerde een aalmoes aan de lokale voedselbank.
- Compound
Hij doneerde een gift, en zij vond het een prachtig gebaar.
- Present Tense
Wij geven een gift aan de gemeenschap.
- Future Tense
Ik zal volgende week een gift doen aan het goede doel.
- Imperative
Doe een gift en help anderen!
- Context & Scenario
Ik geef vaak een gift aan daklozen in de stad.
- Complex
De gift, die zij aan het weeshuis gaf, was zeer waardevol.
- Simple
Een gift kan ook een handschriftdocument zijn.
- Past Tense
Zij gaf een gift aan haar vriend voor zijn verjaardag.
- Declarative
Ze doneert altijd een gift voor de dierenopvang.
- Interrogative
Geef je een gift aan de hulporganisatie?