NEDERLANDS
🇬🇧
  • Aangaan
    Verbseparable werkwoord beginnen aangaan of aanzetten

Aangaan

  • aangaan

    Verb

    beginnen of zich verbinden; ook: betreffen; (intrans.) iets gaat aan (bv. licht)

    1. beginnen/verbinden

      Iets officieel of bewust beginnen of een afspraak maken; je eraan verbinden (bijv. contract, relatie of taak).

      Wij willen een contract aangaan.

    2. aan/inschakelen (intrans.)

      Iets gaat in werking of schakelt in (vaak bij apparaten of licht).

      Het licht gaat aan.

    3. betreffen

      Van belang zijn voor iemand; ergens mee te maken hebben.

      Dat gaat mij niets aan.

    een contract aangaaneen relatie aangaaneen gesprek aangaaneen discussie aangaanhet licht gaat aan

Keep learning