Woordenlijst

The most common Dutch words, ranked by how often they appear in everyday language. Based on the SUBTLEX-NL corpus β€” 44 million words of Dutch film and television subtitles.

1–50 of 807 words

Top 100 β€” the building blocks of Dutch
1vann. β€” afgeleide betekenis
2inchemisch symbool voor Indium
3naarconj. β€” contrast comparison
4omadv. β€” rondom iets heen
5mijnv. β€” explosieven plaatsen
6kann. β€” vermogen of capaciteit
7heeftn. β€” bezit of eigendom
8overn. β€” onderwerp of topic
9komv. β€” bewegen naar plaats
10daarconj. β€” verbindende zin
11bijn. β€” bijwoordelijke vorm
12julliepron. β€” jullie als persoon
13gaatn. β€” fysieke toestand
14doorn. β€” opening in muur
Top 500 β€” essential everyday words
15evenadj. β€” zodra of kort
16veeln. β€” grote hoeveelheid
17kijkv. β€” zien met ogen
18tegenn. β€” het tegen zijn
19netn. β€” draad of net
20tijdn. β€” een periode van bestaan
21zekerv. β€” bevestigen of garanderen
22niksv. β€” niets doen
23anderspron. β€” een ander iets
24zijn. β€” essentie zijn
25wilden. β€” de wens of behoefte
26spijtn. β€” gevoel van spijt
27staatv. β€” rechtop zijn
28éénnum. β€” één getal
29wistv. β€” toeschrijven aan iets
30godn. β€” een specifieke god
31zorgenv. β€” iets waar je om geeft
32geweldigadj. β€” fantastisch of geweldig
33zelfsadv. β€” ook of bovendien
34politien. β€” wetshandhaving instantie
35zatv. β€” in een positie blijven
36heetv. β€” naam geven
37gelijkv. β€” worden zoals iets
38verderadv. β€” verder gaan
39belv. β€” telefoon contact
40haaln. β€” afkomstig van ergens
41stopn. β€” onderbreking of stilstand
42helpv. β€” aan iemand assistentie bieden
43zoekenv. β€” iets vinden
44pijnv. β€” meervoud van pijn
45kansn. β€” mogelijkheid om iets te doen
46maniern. β€” wijze of methode
47praatv. β€” met iemand converseren
48weesn. β€” essentie zijn
49vrijv. β€” seksualiteit zonder verplichtingen
50vergetenv. β€” niet herinneren