Woordenlijst

The most common Dutch words, ranked by how often they appear in everyday language. Based on the SUBTLEX-NL corpus β€” 44 million words of Dutch film and television subtitles.

51–100 of 807 words

Top 500 β€” essential everyday words
51proberenv. β€” iets proberen
52misv. β€” vermist of niet aanwezig
53zorgv. β€” iets waar je om geeft
54ervanadv. β€” over iets
55steln. β€” een jonge plant
56plaatsv. β€” meervoud van plaats
57alstublieftinterj. β€” a.u.b. of verzoek
58liefden. β€” gevoel van genegenheid
59nachtn. β€” donkerste tijd van dag
60verhaaln. β€” een verhaal
61nummerv. β€” iets tellen
62wakkeradj. β€” in een toestand van niet slapen
63gebeurenv. β€” iets dat plaatsvindt
64bezigv. β€” iets uitvoeren of gebruiken
65drinkenv. β€” vocht opnemen
66beginv. β€” iets starten
67gezichtn. β€” uiterlijk van iets
Top 1,000 β€” conversational vocabulary
68stervenv. β€” doodgaan
69reddenv. β€” hulp bieden aan
70rondv. β€” rond maken of zijn
71overaln. β€” de ruimte overal
72langsv. β€” verlangen of vragen
73mondv. β€” meervoud van mond
74foutn. β€” fout iets
75redenv. β€” verplaatsen met voertuig
76ermeeadv. β€” daarmee meer
77rechtn. β€” rechte zijde of lijn
78prachtigadj. β€” heel mooi
79kwaadn. β€” kwade of slechte bedoeling
80babyn. β€” jong kind
81voorzichtigadj. β€” zorgvuldig en oplettend
82veranderenv. β€” iets anders maken
83miljoenn. β€” grote geld hoeveelheid
84gisterenadv. β€” de vorige dag
85zusadv. β€” adverb usage
86woordn. β€” alles wat geschreven is
87grappigadj. β€” humoristisch of leuk
88stapv. β€” lopen of bewegen
89vroegerv. β€” stellen van vragen
90ervooradv. β€” in plaats van iets
91zomaaradv. β€” zonder reden
92voelenv. β€” ervaren of merken
93stuurv. β€” de actie van sturen
94verkeerdn. β€” vervoer van mensen
95valv. β€” neer komen vallen
96eindev. β€” meervoud van einde
97vreselijkadj. β€” heel slecht
98droomn. β€” fancy of fantasie
99oomn. β€” broer van ouder
100legerv. β€” soldaten verplaatsen