(Iemand vragen kort te wachten of even geduld te hebben.)
Wacht een moment, ik kom er zo aan.
Kun je een momentje geduld hebben?
Een moment, ik zoek het even op.
Heb je een momentje voor mij?
Welke zin inspireerde dit schilderij?
(Verwijzen naar een precies punt in de tijd.)
Op dit moment ben ik aan het werk.
Op het moment dat hij binnenkwam, werd iedereen stil.
Op dat moment wist ik dat het goed zat.
We bespreken dat op een later moment.
(Praten over een mooie of belangrijke ervaring.)
Hun trouwdag was een onvergetelijk moment.
We hebben samen mooie momenten beleefd.
De geboorte van onze dochter was een bijzonder moment.
Er zijn momenten die je nooit meer vergeet.
I built this dictionary to be the most complete Dutch learner's resource of its kind. Definitions and examples are generated, so you may spot the occasional mistake — trust your instincts.