🇬🇧

Aanrecht

hetCommon noun
1
Compound
Complex
Simple
Present Tense
Future Tense
Past Tense
Interrogative
Imperative
Declarative
Context & Scenario
Een persoon snijdt verse groenten op een prachtig marmeren aanrecht in een moderne keuken met grote ramen en een uitzicht op een Nederlands landschap.
2
Simple
Complex
Compound
Past Tense
Present Tense
Future Tense
Declarative
Interrogative
Imperative
Context & Scenario
Context & Scenario
Synonym
Context & Scenario
Related Word
Idiomatic
Vibrante keuken met een druk aanrecht vol afwasmiddel en keukengerei
3
Complex
Future Tense
Imperative
Context & Scenario
Synonym
Compound
Past Tense
Interrogative
Context & Scenario
Idiomatic
Simple
Present Tense
Declarative
Context & Scenario
Related Word
Imperative
Surrealistisch klein keukenaanrechtje omringd door bizarre wezens en unieke keukenelementen

I built this dictionary to be the most complete Dutch learner's resource of its kind. Definitions and examples are generated, so you may spot the occasional mistake — trust your instincts.