NEDERLANDS
🇬🇧

Aanvangen

VerbB2

Auxiliary verb

hebben

onregelmatig werkwoord, scheidbaar werkwoord

Het werkwoord 'aanvangen' wordt vaak gebruikt in formele contexten of om het begin van een formele gebeurtenis aan te duiden, zoals een ceremonie of vergadering.

Infinitief

Tegenwoordige tijd

  • ik

  • jij / je

  • u

  • hij, zij / ze, het

  • wij / we

  • jullie

  • zij / ze

Verleden tijd

  • ik

  • jij / je

  • u

  • hij, zij / ze, het

  • wij / we

  • jullie

  • zij / ze

Voltooid deelwoord

Tegenwoordig deelwoord

Aanvoegende wijs

  • ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het, wij / we, jullie, zij / ze

  • ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het, wij / we, jullie, zij / ze

Gebiedende wijs

  • jij / je, u, jullie

Examples

  • De directeur ving de vergadering met een korte toespraak aan.

    verleden tijd, aantonende wijs

  • Laten we morgen met het project aanvangen.

    tegenwoordige tijd, aantonende wijs

  • Hij heeft zijn nieuwe baan vorige maand aangevangen.

    voltooid tegenwoordige tijd, aantonende wijs

  • Vang direct met opruimen aan!

    tegenwoordige tijd, gebiedende wijs

I built this dictionary to be the most complete Dutch learner's resource of its kind. Definitions and examples are generated, so you may spot the occasional mistake — trust your instincts.