NEDERLANDS
🇬🇧

Aanzetten

VerbA2

Auxiliary verb

hebben

overgankelijk werkwoord

Het werkwoord 'aanzetten' betekent letterlijk het starten van een apparaat of machine, maar kan ook figuurlijk gebruikt worden, bijvoorbeeld om iemand aan te moedigen iets te doen.

Infinitief

Tegenwoordige tijd

  • ik

  • jij / je

  • u

  • hij, zij / ze, het

  • wij / we

  • jullie

Verleden tijd

  • ik

  • jij / je

  • u

  • hij, zij / ze, het

  • wij / we

  • jullie

Voltooid deelwoord

Tegenwoordig deelwoord

Aanvoegende wijs

  • ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het, wij / we, jullie

Gebiedende wijs

Examples

  • Kun je de verwarming aanzetten? Het is koud hier.

    tegenwoordige tijd, aantonende wijs

  • Hij heeft de televisie aangezet om het nieuws te kijken.

    voltooid tegenwoordige tijd, aantonende wijs

  • Zet de radio aan, er is een interessant programma!

    tegenwoordige tijd, gebiedende wijs

  • De docent zette de studenten aan om harder te werken.

    verleden tijd, aantonende wijs

I built this dictionary to be the most complete Dutch learner's resource of its kind. Definitions and examples are generated, so you may spot the occasional mistake — trust your instincts.