Auxiliary verb
hebben
onregelmatig werkwoord, scheidbaar samengesteld werkwoord
Het werkwoord 'afbijten' betekent letterlijk een stuk van iets afhalen door te bijten. Het kan ook figuurlijk gebruikt worden, bijvoorbeeld om aan te geven dat iemand iets moeilijks begint.
Infinitief
Tegenwoordige tijd
ik
jij / je
u
hij, zij / ze, het
wij / we
jullie
Verleden tijd
ik
jij / je
u
hij, zij / ze, het
wij / we
jullie
Voltooid deelwoord
Tegenwoordig deelwoord
Aanvoegende wijs
ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het, wij / we, jullie
Gebiedende wijs
Examples
Ik bijt een stuk van de kaas af.
tegenwoordige tijd, aantonende wijs
Zij beet gisteren een hap van de taart af.
verleden tijd, aantonende wijs
Wij hebben allemaal een stuk van de pizza afgebeten.
voltooid tegenwoordige tijd, aantonende wijs
Bijt niet te grote stukken van de koek af!
tegenwoordige tijd, gebiedende wijs
I built this dictionary to be the most complete Dutch learner's resource of its kind. Definitions and examples are generated, so you may spot the occasional mistake — trust your instincts.