NEDERLANDS
🇬🇧

Afblazen

Verb

Auxiliary verb

hebben

onregelmatig werkwoord, scheidbaar werkwoord

Het werkwoord 'afblazen' betekent meestal dat iets officieel wordt geannuleerd of gestopt, vaak vanwege problemen of gevaar.

Infinitief

Tegenwoordige tijd

  • ik

  • jij / je

  • u

  • hij, zij / ze, het

  • wij / we

  • jullie

  • zij / ze

Verleden tijd

  • ik

  • jij / je

  • u

  • hij, zij / ze, het

  • wij / we

  • jullie

  • zij / ze

Voltooid deelwoord

Tegenwoordig deelwoord

Aanvoegende wijs

  • ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het, wij / we, jullie, zij / ze

Gebiedende wijs

Examples

  • De burgemeester blaast de viering af vanwege de storm.

    tegenwoordige tijd, aantonende wijs

  • Zij hebben de reis afgeblazen na het slechte nieuws.

    voltooid tegenwoordige tijd, aantonende wijs

  • Als het blijft regenen, blazen we het feest af.

    tegenwoordige tijd, aantonende wijs

  • Blaas de test af als er een fout optreedt!

    tegenwoordige tijd, gebiedende wijs

I built this dictionary to be the most complete Dutch learner's resource of its kind. Definitions and examples are generated, so you may spot the occasional mistake — trust your instincts.