Afgelopen
Adjectiveverleden, voorbijgaand in de tijd
(de afgelopen week)
We hebben veel gedaan in de afgelopen dagen.
De afgelopen jaren zijn we flink gegroeid.
- Simple
Het verleden lijkt soms zo ver weg.
- Present Tense
Ik leer over de geschiedenis van ons verleden.
- Interrogative
Denkt hij vaak aan het verleden?
- Compound
Het verleden was moeilijk, maar we hebben het overwonnen.
- Past Tense
Vorige week ontmoette ik een vriend uit het verleden.
- Future Tense
Volgend jaar zal ik het verleden beter begrijpen.
- Imperative
Vergeet niet je lessen uit het verleden te leren!
- Context & Scenario
Gisteren sprak ik met mijn ouders over hun verleden.
- Complex
Wanneer ik aan het verleden denk, komt er veel verdriet naar boven.
- Declarative
Het verleden is belangrijk voor onze toekomst.
- Complex
Toen ik jonger was, begreep ik het verleden niet goed.
- Future Tense
Denk je dat we in de toekomst beter zullen leren van het verleden?
- Imperative
Leer van het verleden!
- Context & Scenario
Gisteren sprak ik met vrienden over ons verleden samen.
- Idiomatic
Het verleden achterlaten is soms moeilijk, maar noodzakelijk.
- Simple
Het verleden kan ons veel leren.
- Present Tense
In het verleden waren de winters kouder.
- Declarative
Het verleden heeft invloed op ons heden.
- Context & Scenario
Ik herinner me het verleden vaak met een glimlach.
- Related Word
De geschiedenis, die ons verleden vormde, is cruciaal om te begrijpen.
- Compound
Het verleden ligt achter ons, maar we kunnen er altijd naar kijken.
- Past Tense
Ik las het boek over geschiedenis en leerde over het verleden.
- Interrogative
Wat weet jij over je verleden?
- Context & Scenario
In de geschiedenisles bespreken we het verleden van ons land.
- Synonym
De tijd vliegt, maar het verleden blijft bestaan.
afgerond of beëindigd zijn
(een project is afgelopen)
Het project is gelukkig afgelopen, we kunnen nu verder.
De film is afgelopen, laten we naar huis gaan.
- Compound
Het examen is afgerond, en we hebben onze resultaten gekregen.
- Complex
Het examen, dat lang duurde, is eindelijk afgerond.
- Simple
Het examen is eindelijk afgerond.
ten einde, niet meer voortzettend
(een periode is afgelopen)
De voorstelling is afgelopen, het licht gaat weer aan.
Het schooljaar is nu echt afgelopen voor de studenten.
- Compound
De wedstrijd is ten einde, maar de feestelijkheden gaan door.
- Past Tense
De vakantie was ten einde voordat we het wisten.
- Imperative
Wees voorbereid, want de tijd is ten einde!
- Complex
De tijd is ten einde, omdat de klok middernacht slaat.
- Future Tense
De cursus zal ten einde zijn aan het einde van deze maand.
- Interrogative
Is de schooldag ten einde?
- Simple
De vergadering is ten einde.
- Present Tense
Het examen is ten einde.
- Declarative
De film is ten einde!
- Context & Scenario
Na het werk is de dag ten einde.
- Simple
Het project is ten einde, we kunnen nu de resultaten bekijken.
- Present Tense
Het feest is ten einde.
- Declarative
De film is eindelijk ten einde.
- Compound
De wedstrijd is ten einde, maar we kunnen volgend jaar een nieuwe kans proberen.
- Past Tense
De vergadering was ten einde voordat ik arriveerde.
- Interrogative
Is de vergadering ten einde?
- Context & Scenario
De zomervakantie is ten einde en school begint weer.
- Complex
De vakantie, die in juli begon, is inmiddels ten einde gekomen.
- Future Tense
Het college zal ten einde zijn tegen eind mei.
- Imperative
Kondig aan dat de presentatie ten einde is!