NEDERLANDS
🇬🇧

Afhangen

Verb

Auxiliary verb

hebben

onregelmatig, scheidbaar werkwoord

Het werkwoord 'afhangen' wordt gebruikt om aan te geven dat iets of iemand afhankelijk is van iets anders. Het is een scheidbaar werkwoord, wat betekent dat het voorvoegsel 'af' in sommige vormen gescheiden wordt van het werkwoord.

Infinitief

Tegenwoordige tijd

  • ik

  • jij / je

  • u

  • hij, zij / ze, het

  • wij / we

  • jullie

  • zij / ze

Verleden tijd

  • ik

  • jij / je

  • u

  • hij, zij / ze, het

  • wij / we

  • jullie

  • zij / ze

Voltooid deelwoord

Tegenwoordig deelwoord

Aanvoegende wijs

  • ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het, wij / we, jullie, zij / ze

  • ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het, wij / we, jullie, zij / ze

Gebiedende wijs

  • jij / je, u, jullie

Examples

  • Het succes van het project hangt af van de samenwerking binnen het team.

    tegenwoordige tijd, aantonende wijs

  • Vroeger hing alles af van de oogst.

    verleden tijd, aantonende wijs

  • Het heeft afgehangen van zijn beslissing of we verder konden gaan.

    voltooid tegenwoordige tijd, aantonende wijs

  • Hang alsjeblieft af van je eigen gevoel, niet van wat anderen zeggen.

    tegenwoordige tijd, gebiedende wijs

I built this dictionary to be the most complete Dutch learner's resource of its kind. Definitions and examples are generated, so you may spot the occasional mistake — trust your instincts.