NEDERLANDS
🇬🇧

Afkomen

VerbA2

Auxiliary verb

zijn of hebben (afhankelijk van de context: 'zijn' voor beweging of verandering, 'hebben' voor voltooide acties)

onregelmatig werkwoord, scheidbaar samengesteld werkwoord

'Afkomen' betekent vaak 'ergens vanaf komen' of 'iets kwijtraken'. Het kan zowel letterlijk (fysiek) als figuurlijk (bijv. van een probleem afkomen) gebruikt worden.

Infinitief

Tegenwoordige tijd

  • ik

  • jij / je

  • u

  • hij, zij / ze, het

  • wij / we

  • jullie

Verleden tijd

  • ik

  • jij / je

  • u

  • hij, zij / ze, het

  • wij / we

  • jullie

Voltooid deelwoord

Tegenwoordig deelwoord

Aanvoegende wijs

  • ik

  • hij, zij / ze, het

Gebiedende wijs

  • jij / je, u, jullie

Examples

  • Ik kom van mijn werk af om vijf uur.

    tegenwoordige tijd, aantonende wijs

  • Ben je van die hoofdpijn afgekomen?

    voltooid tegenwoordige tijd, aantonende wijs

  • Hij kwam van zijn fiets af toen hij viel.

    verleden tijd, aantonende wijs

  • Kom van die stoel af!

    tegenwoordige tijd, gebiedende wijs

I built this dictionary to be the most complete Dutch learner's resource of its kind. Definitions and examples are generated, so you may spot the occasional mistake — trust your instincts.