NEDERLANDS
🇬🇧

Aftrekken

Verb

Auxiliary verb

hebben

overgankelijk werkwoord (heeft een lijdend voorwerp nodig)

Het werkwoord 'aftrekken' wordt vaak gebruikt in financiële contexten (bijv. kortingen, belastingen) maar kan ook figuurlijk gebruikt worden (bijv. conclusies trekken).

Infinitief

Tegenwoordige tijd

  • ik

  • jij / je

  • u

  • hij, zij / ze, het

  • wij / we

  • jullie

Verleden tijd

  • ik

  • jij / je

  • u

  • hij, zij / ze, het

  • wij / we

  • jullie

Voltooid deelwoord

Tegenwoordig deelwoord

Aanvoegende wijs

  • ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het, wij / we, jullie

  • ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het, wij / we, jullie

Gebiedende wijs

  • jij / je, u, jullie

Examples

  • Ik trek de kosten van de huur van mijn salaris af.

    tegenwoordige tijd, aantonende wijs

  • Hij heeft de belasting al afgetrokken.

    voltooid tegenwoordige tijd, aantonende wijs

  • Trek dat bedrag maar van het totaal af!

    tegenwoordige tijd, gebiedende wijs

  • Zij trokken vorig jaar veel geld van de gezamenlijke rekening af.

    verleden tijd, aantonende wijs

I built this dictionary to be the most complete Dutch learner's resource of its kind. Definitions and examples are generated, so you may spot the occasional mistake — trust your instincts.