Auxiliary verb
hebben
overgankelijk werkwoord (heeft een lijdend voorwerp nodig)
Het werkwoord 'aftrekken' wordt vaak gebruikt in financiële contexten (bijv. kortingen, belastingen) maar kan ook figuurlijk gebruikt worden (bijv. conclusies trekken).
Infinitief
Tegenwoordige tijd
ik
jij / je
u
hij, zij / ze, het
wij / we
jullie
Verleden tijd
ik
jij / je
u
hij, zij / ze, het
wij / we
jullie
Voltooid deelwoord
Tegenwoordig deelwoord
Aanvoegende wijs
ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het, wij / we, jullie
ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het, wij / we, jullie
Gebiedende wijs
jij / je, u, jullie
Examples
Ik trek de kosten van de huur van mijn salaris af.
tegenwoordige tijd, aantonende wijs
Hij heeft de belasting al afgetrokken.
voltooid tegenwoordige tijd, aantonende wijs
Trek dat bedrag maar van het totaal af!
tegenwoordige tijd, gebiedende wijs
Zij trokken vorig jaar veel geld van de gezamenlijke rekening af.
verleden tijd, aantonende wijs
I built this dictionary to be the most complete Dutch learner's resource of its kind. Definitions and examples are generated, so you may spot the occasional mistake — trust your instincts.