NEDERLANDS
🇬🇧

Afwachten

VerbB1

Auxiliary verb

hebben

scheidbaar werkwoord

Het werkwoord 'afwachten' drukt vaak geduld of het uitstellen van actie uit tot een bepaald moment of gebeurtenis.

Infinitief

Tegenwoordige tijd

  • ik

  • jij / je

  • u

  • hij, zij / ze, het

  • wij / we

  • jullie

Verleden tijd

  • ik

  • jij / je

  • u

  • hij, zij / ze, het

  • wij / we

  • jullie

Voltooid deelwoord

Tegenwoordig deelwoord

Aanvoegende wijs

  • ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het

  • wij / we, jullie, zij / ze

Gebiedende wijs

  • jij / je, u, jullie

Examples

  • Ik wacht het juiste moment af om met hem te praten.

    tegenwoordige tijd, aantonende wijs

  • Zij heeft de uitslag van het examen afgewacht.

    voltooid tegenwoordige tijd, aantonende wijs

  • Wij wachtten tot de regen ophield af.

    verleden tijd, aantonende wijs

  • Wacht even af voordat je antwoord geeft!

    tegenwoordige tijd, gebiedende wijs

I built this dictionary to be the most complete Dutch learner's resource of its kind. Definitions and examples are generated, so you may spot the occasional mistake — trust your instincts.