🇬🇧

Afzetten

Auxiliary verb

hebben

regelmatig werkwoord met scheidbaar voorvoegsel 'af-'

'Afzetten' kan zowel letterlijk (bijv. een apparaat uitzetten) als figuurlijk (bijv. iemand ontslaan of bedriegen) gebruikt worden.

Infinitief

Tegenwoordige tijd

  • ik

  • jij / je

  • u

  • hij, zij / ze, het

  • wij / we

  • jullie

  • zij / ze

Verleden tijd

  • ik

  • jij / je

  • u

  • hij, zij / ze, het

  • wij / we

  • jullie

  • zij / ze

Voltooid deelwoord

Tegenwoordig deelwoord

Aanvoegende wijs

  • ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het

  • wij / we, jullie, zij / ze

Gebiedende wijs

Examples

  • Ik zet de verwarming af als het te warm wordt.

    tegenwoordige tijd, aantonende wijs

  • Hij heeft de computer afgezet voordat hij wegging.

    voltooid tegenwoordige tijd, aantonende wijs

  • Zet de lichten af als je weggaat!

    tegenwoordige tijd, gebiedende wijs

  • De directeur werd van zijn functie afgezet na het schandaal.

    verleden tijd, aantonende wijs

I built this dictionary to be the most complete Dutch learner's resource of its kind. Definitions and examples are generated, so you may spot the occasional mistake — trust your instincts.