🇬🇧

Afzetten

Auxiliary verb

hebben

overgankelijk werkwoord (kan een lijdend voorwerp hebben)

'Afzetten' kan zowel letterlijk (bijv. een apparaat uitzetten) als figuurlijk (bijv. iemand ontslaan of bedriegen) gebruikt worden.

Infinitief

Tegenwoordige tijd

  • ik

  • jij / je

  • u

  • hij, zij / ze, het

  • wij / we

  • jullie

  • zij / ze

Verleden tijd

  • ik

  • jij / je

  • u

  • hij, zij / ze, het

  • wij / we

  • jullie

  • zij / ze

Voltooid deelwoord

Tegenwoordig deelwoord

Aanvoegende wijs

  • ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het, wij / we, jullie, zij / ze

Gebiedende wijs

  • jij / je, u, jullie

Examples

  • Ik zet mijn telefoon altijd af tijdens de les.

    tegenwoordige tijd, aantonende wijs

  • Hij heeft de computer afgezet voordat hij wegging.

    voltooid tegenwoordige tijd, aantonende wijs

  • Zet de tv af als je klaar bent!

    tegenwoordige tijd, gebiedende wijs

  • De directeur werd van zijn functie afgezet na het schandaal.

    verleden tijd, aantonende wijs

I built this dictionary to be the most complete Dutch learner's resource of its kind. Definitions and examples are generated, so you may spot the occasional mistake — trust your instincts.