Afzetten
Auxiliary verb
hebben
overgankelijk werkwoord (kan een lijdend voorwerp hebben)
'Afzetten' kan zowel letterlijk (bijv. een apparaat uitzetten) als figuurlijk (bijv. iemand ontslaan of bedriegen) gebruikt worden.
Infinitief
Tegenwoordige tijd
ik
jij / je
u
hij, zij / ze, het
wij / we
jullie
zij / ze
Verleden tijd
ik
jij / je
u
hij, zij / ze, het
wij / we
jullie
zij / ze
Voltooid deelwoord
Tegenwoordig deelwoord
Aanvoegende wijs
ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het, wij / we, jullie, zij / ze
Gebiedende wijs
jij / je, u, jullie
Examples
Ik zet mijn telefoon altijd af tijdens de les.
tegenwoordige tijd, aantonende wijs
Hij heeft de computer afgezet voordat hij wegging.
voltooid tegenwoordige tijd, aantonende wijs
Zet de tv af als je klaar bent!
tegenwoordige tijd, gebiedende wijs
De directeur werd van zijn functie afgezet na het schandaal.
verleden tijd, aantonende wijs
I built this dictionary to be the most complete Dutch learner's resource of its kind. Definitions and examples are generated, so you may spot the occasional mistake — trust your instincts.