(Wanneer je de uitroep zelf als zelfstandig naamwoord bedoelt.)
Hij slaakte een ah van verbazing toen hij het cadeau zag.
Uit de zaal klonk een zachte ah van bewondering.
Zij gaf een kleine ah toen ze het schilderij zag.
Het publiek liet een gezamenlijke ah horen bij het vuurwerk.
I built this dictionary to be the most complete Dutch learner's resource of its kind. Definitions and examples are generated, so you may spot the occasional mistake — trust your instincts.