Auxiliary verb
hebben
regelmatig werkwoord
Het werkwoord 'arresteren' wordt voornamelijk gebruikt in juridische of politiecontexten en betekent het officieel in hechtenis nemen van iemand door de autoriteiten.
Infinitief
Tegenwoordige tijd
ik
jij / je
u
hij, zij / ze, het
wij / we, jullie, zij / ze
Verleden tijd
ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het
wij / we, jullie, zij / ze
Voltooid deelwoord
Tegenwoordig deelwoord
Aanvoegende wijs
ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het, wij / we, jullie, zij / ze
Gebiedende wijs
jij / je, u, jullie
Examples
De politieagent arresteert de verdachte op straat.
tegenwoordige tijd, aantonende wijs
Gisteren arresteerde de politie drie personen.
verleden tijd, aantonende wijs
De officier heeft de man gearresteerd na een onderzoek.
voltooid tegenwoordige tijd, aantonende wijs
Arresteer die man voordat hij ontsnapt!
tegenwoordige tijd, gebiedende wijs
I built this dictionary to be the most complete Dutch learner's resource of its kind. Definitions and examples are generated, so you may spot the occasional mistake — trust your instincts.