NEDERLANDS
🇬🇧

Arresteren

VerbA2

Auxiliary verb

hebben

regelmatig werkwoord

Het werkwoord 'arresteren' wordt voornamelijk gebruikt in juridische of politiecontexten en betekent het officieel in hechtenis nemen van iemand door de autoriteiten.

Infinitief

Tegenwoordige tijd

  • ik

  • jij / je

  • u

  • hij, zij / ze, het

  • wij / we, jullie, zij / ze

Verleden tijd

  • ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het

  • wij / we, jullie, zij / ze

Voltooid deelwoord

Tegenwoordig deelwoord

Aanvoegende wijs

  • ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het, wij / we, jullie, zij / ze

Gebiedende wijs

  • jij / je, u, jullie

Examples

  • De politieagent arresteert de verdachte op straat.

    tegenwoordige tijd, aantonende wijs

  • Gisteren arresteerde de politie drie personen.

    verleden tijd, aantonende wijs

  • De officier heeft de man gearresteerd na een onderzoek.

    voltooid tegenwoordige tijd, aantonende wijs

  • Arresteer die man voordat hij ontsnapt!

    tegenwoordige tijd, gebiedende wijs

I built this dictionary to be the most complete Dutch learner's resource of its kind. Definitions and examples are generated, so you may spot the occasional mistake — trust your instincts.