NEDERLANDS
🇬🇧

Banen

Verb

Auxiliary verb

hebben

onovergankelijk werkwoord (meestal wederkerend gebruikt: 'zich banen')

Het werkwoord 'banen' wordt vaak wederkerend gebruikt ('zich banen') en betekent 'zich een weg banen', oftewel 'een pad maken of vinden door iets heen'.

Infinitief

Tegenwoordige tijd

  • ik

  • jij / je, u

  • u

  • hij, zij / ze, het

  • wij / we, jullie, zij / ze

Verleden tijd

  • ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het

  • wij / we, jullie, zij / ze

Voltooid deelwoord

Tegenwoordig deelwoord

Aanvoegende wijs

  • ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het, wij / we, jullie, zij / ze

Gebiedende wijs

  • jij / je, u, jullie

Examples

  • Ik baan me elke ochtend door het drukke verkeer. (I navigate through the busy traffic every morning.)

    tegenwoordige tijd, aantonende wijs

  • Zij baande zich gisteren een weg naar de voorste rij. (She made her way to the front row yesterday.)

    verleden tijd, aantonende wijs

  • We hebben ons een weg door de sneeuw gebaand. (We have made our way through the snow.)

    voltooid tegenwoordige tijd, aantonende wijs

  • Baan je een weg naar de uitgang! (Make your way to the exit!)

    tegenwoordige tijd, gebiedende wijs

I built this dictionary to be the most complete Dutch learner's resource of its kind. Definitions and examples are generated, so you may spot the occasional mistake — trust your instincts.