NEDERLANDS
🇬🇧

Bedreigen

Verb

Auxiliary verb

hebben

overgankelijk werkwoord

Dit werkwoord wordt vaak gebruikt in contexten van conflict, intimidatie of dreiging, zowel fysiek als verbaal.

Infinitief

Tegenwoordige tijd

  • ik

  • jij / je

  • u

  • hij, zij / ze, het

  • wij / we

  • jullie

Verleden tijd

  • ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het

  • wij / we, jullie, zij / ze

Voltooid deelwoord

Tegenwoordig deelwoord

Aanvoegende wijs

  • ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het, wij / we, jullie, zij / ze

Gebiedende wijs

  • jij / je, u, jullie

Examples

  • De man bedreigt zijn buurman al weken.

    tegenwoordige tijd, aantonende wijs

  • Zij heeft mij gisteren bedreigd.

    voltooid tegenwoordige tijd, aantonende wijs

  • Bedreig hem niet, dat helpt niet!

    tegenwoordige tijd, gebiedende wijs

  • Het is belangrijk dat hij niemand bedreigt.

    tegenwoordige tijd, aanvoegende wijs

I built this dictionary to be the most complete Dutch learner's resource of its kind. Definitions and examples are generated, so you may spot the occasional mistake — trust your instincts.