NEDERLANDS
🇬🇧

Beklimmen

VerbA2

Auxiliary verb

hebben

onregelmatig sterk werkwoord (klasse 3)

Het werkwoord 'beklimmen' wordt vaak gebruikt in de context van fysieke inspanning, zoals het beklimmen van bergen, trappen, muren of andere hoge objecten. Het kan ook figuurlijk gebruikt worden, bijvoorbeeld in de zin van 'een uitdaging beklimmen'.

Infinitief

Tegenwoordige tijd

  • ik

  • jij / je, u

  • hij, zij / ze, het

  • wij / we, jullie, zij / ze

Verleden tijd

  • ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het

  • wij / we, jullie, zij / ze

Voltooid deelwoord

Tegenwoordig deelwoord

Aanvoegende wijs

  • ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het, wij / we, jullie, zij / ze

Gebiedende wijs

  • jij / je, u, jullie

Examples

  • Ik beklim elke zaterdag een nieuwe wandelroute.

    tegenwoordige tijd, aantonende wijs

  • Hij heeft gisteren de trap naar de kerktoren beklommen.

    voltooid tegenwoordige tijd, aantonende wijs

  • Beklim die ladder niet zonder hulp!

    tegenwoordige tijd, gebiedende wijs

  • Zij beklommen de berg in minder dan drie uur.

    verleden tijd, aantonende wijs

  • Het is noodzakelijk dat hij deze uitdaging beklimme.

    tegenwoordige tijd, aanvoegende wijs

I built this dictionary to be the most complete Dutch learner's resource of its kind. Definitions and examples are generated, so you may spot the occasional mistake — trust your instincts.