Bekomen
VerbInfinitief
Ik wil het resultaat bekomen.
Tegenwoordig deelwoord
Ze is bekomend van haar dromen.
De bekomende resultaten zijn veelbelovend.
Tegenwoordig deelwoord
Hij is aan het bekomend van zijn gezond verstand.
Met zijn bekomende vragen leert hij veel.
Verleden tijd
ik
Ik bekwam de informatie snel.
wij / we
Wij bekwamen de details van het project.
Tegenwoordig deelwoord
Ik hoorde een bekomend verhaal.
De bekomende situatie vereist aandacht.
Aanvoegende wijs
Moge hij dat leven bekome.
Gebiedende wijs
Bekom wat je nodig hebt.
Voltooid deelwoord
Zij heeft het resultaat bekomen.