Beroerd
beroerd
Adjectiveniet goed; in slechte toestand; van streek
gezondheid
Je voelt je lichamelijk niet goed: ziek, misselijk of zwak.
Ik voel me al de hele dag beroerd.
toestand/kwaliteit
Iets is in een slechte of ongunstige staat; het gaat slecht.
De economie ziet er beroerd uit.
gevoel/emotie
Je bent verdrietig of van streek door iets wat is gebeurd.
Na het nieuws was ze erg beroerd.
zich beroerd voeleneen beroerde dagberoerde omstandighedenhet gaat beroerdberoerde resultatenberoeren
Verbiemand of iets raken, lichamelijk of emotioneel
emotioneel raken
Iets brengt sterke gevoelens teweeg bij iemand; iemand wordt geraakt of ontroerd.
Het lied beroerde het publiek tot tranen.
aanraken (fysiek)
Met de hand of een voorwerp iets kort aanraken.
De dokter beroerde voorzichtig de wond.
onrust veroorzaken
Iets zorgt voor opschudding of discussie bij mensen; het beroert de gemoederen.
De nieuwe maatregel beroert nog steeds de gemoederen in het dorp.
diep beroerenzacht beroerende gemoederen beroereneen snaar beroereniemand beroeren