Attributive forms
Als je 'berucht' voor een zelfstandig naamwoord gebruikt, verandert de vorm. Voor 'de'-woorden en meervoud zeg je 'beruchte': 'de beruchte man', 'de beruchte straten'. Voor 'het'-woorden zonder lidwoord zeg je 'berucht': 'berucht gedrag'.
- With definite article
- With indefinite article
- Without article
Predicative form
Na werkwoorden zoals 'zijn', 'worden' of 'blijven' gebruik je altijd 'berucht'. Je zegt dus niet 'de wijk is beruchte', maar 'de wijk is berucht'.
Comparative
Om te zeggen dat iets of iemand meer berucht is dan iets anders, gebruik je 'beruchter'. Bijvoorbeeld: 'Deze school is beruchter dan die andere'. Na 'dan' gebruik je ook 'beruchter': 'Hij is beruchter dan zijn broer'.
- Base form
- With "dan"
Superlative
Voor de hoogste graad van berucht-zijn gebruik je 'beruchtst' of 'beruchtste'. Na 'het' of 'de' gebruik je 'beruchtste': 'de beruchtste crimineel'. Na 'het' zonder zelfstandig naamwoord gebruik je 'beruchtst': 'Dit is het beruchtst'.
- Attributive
- Predicative
Important notes
- usage:'Berucht' heeft altijd een negatieve betekenis. Het betekent dat iets of iemand bekend is om iets slechts of vervelends.
- spelling:Let op: in de overtreffende trap schrijf je 'beruchtst' en 'beruchtste' met een 't' aan het eind, niet met een 'd'.
I built this dictionary to be the most complete Dutch learner's resource of its kind. Definitions and examples are generated, so you may spot the occasional mistake — trust your instincts.