NEDERLANDS
↓↑Enter →
  • 11Beslist
    Adjectivezeker en duidelijk; stellig
  • 22Beslissen
    Verbeen besluit nemen; vaststellen

Browse

DictionaryVocabularyMy WordsRecent words
NEDERLANDS
↓↑Enter →
🇬🇧
  • 11Beslist
    Adjectivezeker en duidelijk; stellig
  • 22Beslissen
    Verbeen besluit nemen; vaststellen
  1. NEDERLANDS
  2. /Dictionary
  3. /Beslister
DictionaryBeslister

Beslister

  • beslist

    Adjective

    zeker en duidelijk; stellig

    1. zonder enige twijfel, beslist waar of zekerIk weet beslist dat ik de sleutel op tafel heb gelegd.
    2. stellig en zonder aarzeling, vastberaden van toonZe antwoordde kort en beslist op alle vragen.
    3. met nadruk, beslist als versterking van een uitspraakDit boek is beslist de moeite waard.
  • beslissen

    Verb

    een besluit nemen; vaststellen

    1. een keuze maken tussen verschillende mogelijkhedenIk kan niet beslissen welke film we kijken.
    2. na overleg gezamenlijk iets vaststellen of afsprekenDe leden beslissen morgen over het voorstel.
    3. als bevoegde partij een oordeel vellen over iets of iemandDe scheidsrechter beslist of het een doelpunt was.

Related words

beslisbeslissebeslissenbeslissendbeslissendebeslistbeslistebeslistenbeslisterebeslistersbeslistsbesliststbeslistste

Keep learning

Most common Dutch wordsPractice