(iemand beslist over iets belangrijks)
Wij moeten snel beslissen waar we gaan eten vanavond.
Hij besloot te stoppen met zijn huidige baan om een nieuwe uitdaging aan te gaan.
Ik kan niet beslissen welke film we kijken.
Zij twijfelt nog, maar ze moet vandaag beslissen.
Voordat we het huis kopen, moeten we samen beslissen of we de lening kunnen betalen.
Welke zin inspireerde dit schilderij?
(een groep beslist samen over een kwestie)
De commissie besloot in de vergadering wat de nieuwe regels zouden zijn.
Na lang delibereren heeft het team uiteindelijk beslist over het budget.
De leden beslissen morgen over het voorstel.
Het bestuur besliste vorige week over de nieuwe begroting.
Nadat alle afdelingen hun mening hadden gegeven, besliste de directie over het plan.
(een jury of rechter beslist over de uitkomst)
De jury zal morgen beslissen wie de winnaar is van de wedstrijd.
De lerares moet beslissen of de leerling extra tijd krijgt voor de toets.
De scheidsrechter beslist of het een doelpunt was.
De rechter heeft beslist dat de man onschuldig is.
Omdat de bewijzen onduidelijk waren, kon de jury niet meteen beslissen wie gelijk had.
I built this dictionary to be the most complete Dutch learner's resource of its kind. Definitions and examples are generated, so you may spot the occasional mistake — trust your instincts.