Auxiliary verb
hebben
zwak werkwoord (regelmatig)
Het werkwoord 'beteren' betekent 'verbeteren' of 'beter maken', vaak gebruikt in de context van gedrag, prestaties of kwaliteit. Het is formeler dan 'verbeteren' en wordt minder vaak gebruikt in alledaagse spraak.
Infinitief
Tegenwoordige tijd
ik
jij / je, u
u
hij, zij / ze, het
wij / we, jullie, zij / ze
Verleden tijd
ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het
wij / we, jullie, zij / ze
Voltooid deelwoord
Tegenwoordig deelwoord
Aanvoegende wijs
ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het, wij / we, jullie, zij / ze
Gebiedende wijs
jij / je, u, jullie
u
Examples
Ik probeer elke dag mijn uitspraak te beteren.
tegenwoordige tijd, aantonende wijs
Hij heeft zijn gedrag gebeterd na het gesprek.
voltooid tegenwoordige tijd, aantonende wijs
Beter je manieren voordat je naar het feest gaat!
tegenwoordige tijd, gebiedende wijs
Als hij zijn best doet, betere hij zijn resultaten.
tegenwoordige tijd, aanvoegende wijs
I built this dictionary to be the most complete Dutch learner's resource of its kind. Definitions and examples are generated, so you may spot the occasional mistake — trust your instincts.