Auxiliary verb
hebben
regelmatig werkwoord
Het werkwoord 'beugelen' wordt voornamelijk gebruikt in de context van sleeën of rodelen op sneeuw of ijs.
Infinitief
Tegenwoordige tijd
ik
jij / je, u
hij, zij / ze, het
wij / we, jullie, zij / ze
Verleden tijd
ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het
wij / we, jullie, zij / ze
Voltooid deelwoord
Tegenwoordig deelwoord
Aanvoegende wijs
ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het, wij / we, jullie, zij / ze
Gebiedende wijs
jij / je, u, jullie
Examples
Kinderen beugelen graag in de sneeuw.
tegenwoordige tijd, aantonende wijs
Gisteren hebben we urenlang gebeugeld.
voltooid tegenwoordige tijd, aantonende wijs
Als het sneeuwt, beugelen wij altijd.
tegenwoordige tijd, aantonende wijs
I built this dictionary to be the most complete Dutch learner's resource of its kind. Definitions and examples are generated, so you may spot the occasional mistake — trust your instincts.