Attributive forms
Als je 'bezweet' vóór een zelfstandig naamwoord gebruikt, verandert de vorm soms. Bij 'de' of 'het' gebruik je 'bezwete': 'de bezwete speler'. Bij 'een' gebruik je ook 'bezwete': 'een bezwete man'. Zonder lidwoord gebruik je 'bezweet': 'bezweet haar'.
- With definite article
- With indefinite article
- Without article
Predicative form
Na werkwoorden zoals 'zijn', 'worden' of 'blijven' gebruik je altijd 'bezweet'. Bijvoorbeeld: 'Hij is bezweet na het sporten'. Je zegt niet 'Hij is bezwete'.
Comparative
Om te zeggen dat iemand meer bezweet is dan een ander, gebruik je 'bezweter'. Bijvoorbeeld: 'Hij is bezweter dan zijn vriend'. Dit is een onregelmatige vorm, want normaal zou je 'bezweeter' zeggen, maar dat is niet correct.
- Base form
- With "dan"
Superlative
Voor de hoogste graad van bezweet gebruik je 'bezweetst' of 'bezweetste'. Na 'zijn' gebruik je 'bezweetst': 'Hij is het bezweetst'. Vóór een zelfstandig naamwoord gebruik je 'bezweetste': 'de bezweetste speler'.
- Attributive
- Predicative
Important notes
- irregular:Het bijvoeglijk naamwoord 'bezweet' heeft een onregelmatige vergrotende trap: 'bezweter' in plaats van 'bezweeter'.
- spelling:In de overtreffende trap wordt 'bezweetst' gebruikt, maar de attributieve vorm is 'bezweetste' (met -e).
I built this dictionary to be the most complete Dutch learner's resource of its kind. Definitions and examples are generated, so you may spot the occasional mistake — trust your instincts.