NEDERLANDS
🇬🇧

Bezweet

AdjectiveA2

Attributive forms

Als je 'bezweet' vóór een zelfstandig naamwoord gebruikt, verandert de vorm soms. Bij 'de' of 'het' gebruik je 'bezwete': 'de bezwete speler'. Bij 'een' gebruik je ook 'bezwete': 'een bezwete man'. Zonder lidwoord gebruik je 'bezweet': 'bezweet haar'.

With definite article
With indefinite article
Without article

Predicative form

Na werkwoorden zoals 'zijn', 'worden' of 'blijven' gebruik je altijd 'bezweet'. Bijvoorbeeld: 'Hij is bezweet na het sporten'. Je zegt niet 'Hij is bezwete'.

Comparative

Om te zeggen dat iemand meer bezweet is dan een ander, gebruik je 'bezweter'. Bijvoorbeeld: 'Hij is bezweter dan zijn vriend'. Dit is een onregelmatige vorm, want normaal zou je 'bezweeter' zeggen, maar dat is niet correct.

Base form
With "dan"

Superlative

Voor de hoogste graad van bezweet gebruik je 'bezweetst' of 'bezweetste'. Na 'zijn' gebruik je 'bezweetst': 'Hij is het bezweetst'. Vóór een zelfstandig naamwoord gebruik je 'bezweetste': 'de bezweetste speler'.

Attributive
Predicative

Important notes

  • irregular:Het bijvoeglijk naamwoord 'bezweet' heeft een onregelmatige vergrotende trap: 'bezweter' in plaats van 'bezweeter'.
  • spelling:In de overtreffende trap wordt 'bezweetst' gebruikt, maar de attributieve vorm is 'bezweetste' (met -e).

I built this dictionary to be the most complete Dutch learner's resource of its kind. Definitions and examples are generated, so you may spot the occasional mistake — trust your instincts.