NEDERLANDS
🇬🇧

Biggen

Verb

Auxiliary verb

hebben

regelmatig werkwoord (zwak werkwoord)

'Biggen' betekent het glad en netjes maken van nagels met een vijl. Het is een specifiek werkwoord dat vaak in verzorgingscontexten wordt gebruikt.

Infinitief

Tegenwoordige tijd

  • ik

  • jij / je, u, hij, zij / ze, het

  • wij / we, jullie, zij / ze

  • jij / je

Verleden tijd

  • ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het

  • wij / we, jullie, zij / ze

Voltooid deelwoord

Tegenwoordig deelwoord

Aanvoegende wijs

  • ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het, wij / we, jullie, zij / ze

Gebiedende wijs

Examples

  • Kun je even stoppen met biggen? Het geluid irriteert me. (Can you stop filing your nails? The sound is irritating me.)

    tegenwoordige tijd, aantonende wijs

  • Hij heeft zijn nagels gebigd voordat hij naar zijn sollicitatiegesprek ging. (He filed his nails before going to his job interview.)

    voltooid tegenwoordige tijd, aantonende wijs

  • Als je je nagels te kort bigt, kunnen ze gaan bloeden. (If you file your nails too short, they can start bleeding.)

    tegenwoordige tijd, aantonende wijs

I built this dictionary to be the most complete Dutch learner's resource of its kind. Definitions and examples are generated, so you may spot the occasional mistake — trust your instincts.