Auxiliary verb hebben
werkwoord
Het werkwoord 'bijwonen' betekent om present te zijn bij een bijeenkomst of evenement.
Infinitief Ik wil de vergadering bijwonen.
Tegenwoordig deelwoord Zij is bijwonend bij het evenement.
De bijwonende gasten genieten van de show.
Tegenwoordige tijd ik
Ik bijwoon de les regelmatig.
jij / je, u
Jij bijwoont de vergadering elke week.
hij, zij / ze, het
Hij bijwoont de training vanmiddag.
wij / we
Wij wonen het concert bij.
jullie
Jullie wonen de presentatie bij.
Verleden tijd ik
Ik bijwoonde de bijeenkomst vorig jaar.
jij / je, u
Jij bijwoonde de klas vorig semester.
hij, zij / ze, het
Zij bijwoonde het evenement gisteravond.
wij / we
Wij bijwoonden de demonstratie vorige maand.
jullie
Jullie bijwoonden de film op het festival.
Voltooid deelwoord Ik heb de vergadering bijgewoond.
Aanvoegende wijs Ik hoop dat hij bijwone aan het congres.
Wone bij het feest als je kunt.
Gebiedende wijs Woon bij de bijeenkomst volgende week!
I built this dictionary to be the most complete Dutch learner's resource of its kind. Definitions and examples are generated, so you may spot the occasional mistake — trust your instincts.