NEDERLANDS
🇬🇧

Binden

VerbA2

Auxiliary verb

hebben

onregelmatig werkwoord, overgankelijk

Het werkwoord 'binden' kan zowel letterlijk (fysiek vastmaken) als figuurlijk (emotioneel of juridisch verbinden) gebruikt worden.

Infinitief

Tegenwoordige tijd

  • ik

  • jij / je

  • u

  • hij, zij / ze, het

  • wij / we, jullie, zij / ze

Verleden tijd

  • ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het

  • wij / we, jullie, zij / ze

Voltooid deelwoord

Tegenwoordig deelwoord

Aanvoegende wijs

  • ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het, wij / we, jullie, zij / ze

Gebiedende wijs

  • jij / je, u, jullie

Examples

  • Ik bind de touwen stevig vast.

    tegenwoordige tijd, aantonende wijs

  • Hij bond gisteren een strik om het cadeau.

    verleden tijd, aantonende wijs

  • Zij heeft de boeken zelf gebonden.

    voltooid tegenwoordige tijd, aantonende wijs

  • Bind die doos goed dicht!

    tegenwoordige tijd, gebiedende wijs

I built this dictionary to be the most complete Dutch learner's resource of its kind. Definitions and examples are generated, so you may spot the occasional mistake — trust your instincts.