Bobben
Auxiliary verb
hebben
regelmatig werkwoord
Het werkwoord 'bobben' wordt vaak gebruikt in de context van surfen, varen of andere activiteiten waarbij men op en neer beweegt op golven of water.
Infinitief
Tegenwoordige tijd
ik
jij / je, u
hij, zij / ze, het
wij / we, jullie, zij / ze
Verleden tijd
ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het
wij / we, jullie, zij / ze
Voltooid deelwoord
Tegenwoordig deelwoord
Aanvoegende wijs
ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het, wij / we, jullie, zij / ze
Gebiedende wijs
Examples
Ik bob elke zondag op mijn surfplank.
tegenwoordige tijd, aantonende wijs
Gisteren heb ik voor het eerst gebobd op een echte golf.
voltooid tegenwoordige tijd, aantonende wijs
Bob jij ook weleens in het zwembad?
tegenwoordige tijd, vragende wijs
Het is leuk dat jullie samen bobben.
tegenwoordige tijd, aantonende wijs
I built this dictionary to be the most complete Dutch learner's resource of its kind. Definitions and examples are generated, so you may spot the occasional mistake — trust your instincts.