Auxiliary verb
hebben
regelmatig werkwoord
Het werkwoord 'bommen' wordt vaak geassocieerd met destructieve acties en kan gevoelig liggen vanwege de negatieve connotaties. Het wordt meestal gebruikt in contexten van oorlog, terrorisme of industriële toepassingen zoals mijnbouw.
Infinitief
Tegenwoordige tijd
ik
jij / je
u
hij, zij / ze, het
wij / we
jullie
zij / ze
Verleden tijd
ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het
wij / we, jullie, zij / ze
Voltooid deelwoord
Tegenwoordig deelwoord
Aanvoegende wijs
ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het, wij / we, jullie, zij / ze
Gebiedende wijs
jij / je, u, jullie
Examples
De luchtmacht bombt het vijandelijke kamp.
tegenwoordige tijd, aantonende wijs
Gisteren hebben zij het gebouw gebomd.
voltooid tegenwoordige tijd, aantonende wijs
Als hij zou bommen, zou hij gearresteerd worden.
onvoltooid verleden toekomende tijd, voorwaardelijke wijs
Bom dat oude huis niet af!
tegenwoordige tijd, gebiedende wijs
I built this dictionary to be the most complete Dutch learner's resource of its kind. Definitions and examples are generated, so you may spot the occasional mistake — trust your instincts.