NEDERLANDS
🇬🇧

Booten

Verb

Auxiliary verb

hebben

regelmatig werkwoord (zwak werkwoord)

Het werkwoord 'booten' wordt voornamelijk gebruikt in de context van computers of elektronische apparaten die opnieuw opstarten of opstarten.

Infinitief

Tegenwoordige tijd

  • ik

  • jij / je, u

  • hij, zij / ze, het

  • wij / we, jullie, zij / ze

Verleden tijd

  • ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het

  • wij / we, jullie, zij / ze

Voltooid deelwoord

Tegenwoordig deelwoord

Aanvoegende wijs

  • ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het, wij / we, jullie, zij / ze

Gebiedende wijs

  • jij / je, u, jullie

Examples

  • Ik boot mijn laptop elke ochtend op om te controleren of alles werkt.

    tegenwoordige tijd, aantonende wijs

  • Heb je de computer al geboot?

    voltooid tegenwoordige tijd, aantonende wijs

  • Als de computer vastloopt, moet je hem opnieuw booten.

    tegenwoordige tijd, aantonende wijs

  • Hij bootte de server gisteren op, maar het probleem bleef bestaan.

    verleden tijd, aantonende wijs

I built this dictionary to be the most complete Dutch learner's resource of its kind. Definitions and examples are generated, so you may spot the occasional mistake — trust your instincts.