Infinitief Ik wil leren hoe je moet broeien.
Tegenwoordig deelwoord De broeiende warmte maakt het moeilijk om buiten te blijven.
De broeiende planten laten zien dat het warm is.
Verleden tijd ik
Ik broeide eerder dit jaar kruiden in de tuin.
wij / we
Wij broeiden altijd als het warm was.
Voltooid deelwoord De kruiden zijn goed gebroeid.
Tegenwoordig deelwoord De broeiend bodem is rijk aan voedingsstoffen.
Aanvoegende wijs Moge de beste planten broeie in jouw tuin!
Gebiedende wijs Broei de zaden goed met water!
Jullie broeien de zaden zo tot het zaad begint te groeien!
I built this dictionary to be the most complete Dutch learner's resource of its kind. Definitions and examples are generated, so you may spot the occasional mistake — trust your instincts.