(praten over het lichaam of pijn hebben)
Hij legde zijn hand op zijn buik en zuchtte diep.
De baby sliep rustig op de buik van haar moeder.
Mijn buik doet pijn na het eten.
De dokter onderzocht voorzichtig haar buik om te kijken waar de pijn vandaan kwam.
Welke zin inspireerde dit schilderij?
(klagen over honger of te veel gegeten hebben)
Ik heb zo'n honger, mijn buik rammelt.
Na het kerstdiner had iedereen een volle buik.
Ik heb trek, mijn buik knort al de hele ochtend.
Na drie borden pasta kon hij met moeite op zijn volle buik opstaan van tafel.
(beschrijven van de vorm van een object)
De buik van het vliegtuig raakte bijna de grond.
Deze wijnfles heeft een brede buik en een smalle hals.
Het schip heeft een brede buik om veel lading te kunnen vervoeren.
I built this dictionary to be the most complete Dutch learner's resource of its kind. Definitions and examples are generated, so you may spot the occasional mistake — trust your instincts.