NEDERLANDS
🇬🇧

Bundelen

VerbA2

Auxiliary verb

hebben

regelmatig werkwoord

Het werkwoord 'bundelen' betekent het samenbrengen of groeperen van dingen, vaak om ze overzichtelijker of efficiënter te maken.

Infinitief

Tegenwoordige tijd

  • ik

  • jij / je

  • u

  • hij, zij / ze, het

  • wij / we

  • jullie

Verleden tijd

  • ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het

  • wij / we, jullie, zij / ze

Voltooid deelwoord

Tegenwoordig deelwoord

Aanvoegende wijs

  • ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het, wij / we, jullie, zij / ze

Gebiedende wijs

  • jij / je, u, jullie

Examples

  • Ik bundel elke week de rekeningen om ze in één keer te betalen.

    tegenwoordige tijd, aantonende wijs

  • Zij heeft alle gegevens gebundeld in een overzichtelijk rapport.

    voltooid tegenwoordige tijd, aantonende wijs

  • Bundel jij de folders voordat we ze uitdelen?

    tegenwoordige tijd, gebiedende wijs

  • Als we onze ideeën bundelen, komen we vast tot een goed plan.

    tegenwoordige tijd, aantonende wijs

I built this dictionary to be the most complete Dutch learner's resource of its kind. Definitions and examples are generated, so you may spot the occasional mistake — trust your instincts.