Bussen
Auxiliary verb
hebben
regelmatig werkwoord (zwak werkwoord)
Het werkwoord 'bussen' betekent het nemen van de bus als vervoermiddel. Het is een informeel en veelgebruikt woord in alledaagse gesprekken.
Infinitief
Tegenwoordige tijd
ik
jij / je, u, hij, zij / ze, het
wij / we, jullie, zij / ze
jij / je
Verleden tijd
ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het
wij / we, jullie, zij / ze
Voltooid deelwoord
Tegenwoordig deelwoord
Aanvoegende wijs
ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het, wij / we, jullie, zij / ze
Gebiedende wijs
jij / je, u, jullie
jullie
Examples
Ik bus elke ochtend naar mijn werk omdat het goedkoper is dan de trein.
tegenwoordige tijd, aantonende wijs
Gisteren heb ik gebust in plaats van gefietst omdat het regende.
voltooid tegenwoordige tijd, aantonende wijs
Als je naar het centrum wilt, kun je het beste bussen.
tegenwoordige tijd, aantonende wijs
I built this dictionary to be the most complete Dutch learner's resource of its kind. Definitions and examples are generated, so you may spot the occasional mistake — trust your instincts.