NEDERLANDS
🇬🇧

    Cijferen

    Verb

    Auxiliary verb

    hebben

    regelmatig werkwoord

    Het werkwoord 'cijferen' betekent het nauwkeurig berekenen of rekenen, vaak in de context van financiën of administratie.

    Infinitief

    Tegenwoordige tijd

    • ik

    • jij / je, u, hij, zij / ze, het

    • wij / we, jullie, zij / ze

    Verleden tijd

    • ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het

    • wij / we, jullie, zij / ze

    Voltooid deelwoord

    Tegenwoordig deelwoord

    Aanvoegende wijs

    • ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het, wij / we, jullie, zij / ze

    Gebiedende wijs

    • jij / je, u, jullie

    Examples

    • Ik cijfer elke maand mijn inkomsten en uitgaven.

      tegenwoordige tijd, aantonende wijs

    • Hij heeft de hele avond gecijferd, maar het klopt nog steeds niet.

      voltooid tegenwoordige tijd, aantonende wijs

    • Cijfer eerst even voordat je een beslissing neemt.

      tegenwoordige tijd, gebiedende wijs

    • Als hij zou cijferen, zou hij zien dat het niet klopt.

      onvoltooid verleden toekomende tijd, aantonende wijs

    Keep learning

    I built this dictionary to be the most complete Dutch learner's resource of its kind. Definitions and examples are generated, so you may spot the occasional mistake — trust your instincts.