NEDERLANDS
🇬🇧

Crashen

VerbC1

Auxiliary verb

hebben of zijn (afhankelijk van de context: 'hebben' voor actieve handelingen, 'zijn' voor verandering van toestand)

zwak werkwoord (regelmatig)

Het werkwoord 'crashen' wordt vaak gebruikt in de context van computers, systemen of voertuigen die plotseling stoppen met functioneren.

Infinitief

Tegenwoordige tijd

  • ik

  • jij / je, wij / we, jullie, zij / ze

  • u

  • hij, zij / ze, het

Verleden tijd

  • ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het

  • wij / we, jullie, zij / ze

Voltooid deelwoord

Tegenwoordig deelwoord

Aanvoegende wijs

  • ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het, wij / we, jullie, zij / ze

Gebiedende wijs

Examples

  • Mijn telefoon crasht steeds als ik deze app gebruik.

    tegenwoordige tijd, aantonende wijs

  • Gisteren crashte de server van het bedrijf.

    verleden tijd, aantonende wijs

  • We hebben de oude computer gecrasht door te veel programma's tegelijk te openen.

    voltooid tegenwoordige tijd, aantonende wijs

  • Crash alsjeblieft niet tijdens het examen!

    tegenwoordige tijd, gebiedende wijs

I built this dictionary to be the most complete Dutch learner's resource of its kind. Definitions and examples are generated, so you may spot the occasional mistake — trust your instincts.