Attributive forms
Als je 'dagelijks' vóór een zelfstandig naamwoord gebruikt, zeg je meestal 'dagelijkse'. Bijvoorbeeld: 'de dagelijkse krant' of 'een dagelijkse wandeling'. Als het zelfstandig naamwoord niet genoemd wordt, gebruik je 'dagelijks', zoals in 'Dagelijks doe ik boodschappen'.
- With definite article
- With indefinite article
- Without article
Predicative form
Na werkwoorden zoals 'zijn', 'worden' of 'blijven' gebruik je altijd 'dagelijks'. Bijvoorbeeld: 'Mijn werk is dagelijks' of 'Het wordt dagelijks warmer'.
Comparative
De vergrotende trap van 'dagelijks' is 'dagelijkser'. Dit gebruik je als je twee dingen met elkaar vergelijkt. Bijvoorbeeld: 'Deze taak is dagelijkser dan de andere'. Let op: deze vorm wordt niet vaak gebruikt.
- Base form
- With "dan"
Superlative
De overtreffende trap van 'dagelijks' is 'meest dagelijks' of 'meest dagelijkse'. Dit gebruik je om aan te geven dat iets het meest regelmatig of vaak voorkomt. Bijvoorbeeld: 'Dit is de meest dagelijkse bezigheid'. Ook deze vorm wordt niet vaak gebruikt.
- Attributive
- Predicative
Important notes
- usage:'Dagelijks' wordt vaak gebruikt om routines of regelmatige activiteiten aan te geven. Het is niet gebruikelijk om 'dagelijks' in de vergrotende of overtreffende trap te gebruiken, omdat het al een regelmatige frequentie aangeeft.
- spelling:In de stellende trap eindigt het bijvoeglijk naamwoord op '-s' in de onverbogen vorm (dagelijks), maar krijgt het een '-e' in de verbogen vorm (dagelijkse).
I built this dictionary to be the most complete Dutch learner's resource of its kind. Definitions and examples are generated, so you may spot the occasional mistake — trust your instincts.